Waterplanten: lust en last

24 nov 2016
Waterplanten zijn cruciaal voor vis. Ze bieden paaiplaatsen, opgroeigebieden en schuilplekken. Veel vissen eten planten of voedselorganismen tussen de planten. Maar te veel planten geven problemen. Overgroei beperkt zwemmen en recreëren en schaadt soms de visstand.
Waarom de groei toeneemt
De laatste jaren zien we helder water terug. Dat komt doordat de hoeveelheid voedingsstoffen in veel wateren afneemt. Zonlicht bereikt daardoor de bodem. Planten profiteren en groeien snel. Op sommige wateren neemt de plantengroei explosief toe. Het rigoureus verwijderen van brasem op grote wateren versterkt dit effect.
Visserijkundig onderzoek toont dat de hoge plantengroei deels tijdelijk is. Na jaren kan de fosfaatvoorraad in de bodem afnemen en de groei afnemen. Maar op korte termijn ontstaan overlast en ecologische risico's.
Probleem
In steeds meer wateren vormen waterplanten een serieuze overlast. Vissers, zeilers en zwemmers ondervinden hinder. Als planten in het najaar afsterven, ontstaan soms zuurstoftekorten. Sommige sloten en vijvers groeien zo dicht dat vissen nauwelijks kunnen zwemmen. Planten blijven noodzakelijk, maar te veel planten schaadt de waterkwaliteit en de visstand.

Het maaien van waterplanten voorkomt overgroei in drukbevaren wateren.
Oplossingen
De Sportvisunie werkte succesvol aan het terugdringen van grootschalige brasemvangst door waterbeheerders. Dat helpt de natuurlijke balans. Ook zoeken we samenwerking met andere recreatiepartijen om op grotere wateren effectief aan de slag te gaan.
Overheden dragen verantwoordelijkheid voor waterbeheer. Zij moeten maatregelen nemen. Een doordacht maaibeleid hoort daar bij. In kleinere, afgesloten wateren helpt het uitzetten van graskarpers vaak. Die aanpak is betaalbaar, milieuvriendelijk en effectief.

Graskarpers kunnen op kleinschalig water overlast van planten beperken.
Gezamenlijke aanpak
Hengelsportverenigingen pakken plantengroei samen met gemeenten en waterschappen aan. Woekerende planten veroorzaken stank en beperken de waterafvoer. Bepaal vroeg een strategie. Niks doen helpt niet. Eén keer per jaar rücksichtslos maaien ook niet.
Maaien op visvriendelijke wijze en waar mogelijk aanvullen met graskarpers werkt meestal beter. Zorg voor afstemming tussen beheer en vissers. Monitor de effecten met visserijkundig onderzoek en pas beleid aan op basis van de resultaten.
Pak overmatige plantengroei gericht aan met maaien en gerichte inzet van graskarpers, zodat zowel vis als recreatie ruimte houden.
