Zeevisserij: feiten en cijfers
Ontdek hoeveel Nederlanders op zee vissen en wat dat betekent voor de sportvisserij en de economie. De cijfers komen uit een onderzoek van KANTAR (maart 2021).
Ruim een half miljoen Nederlandse zeesportvissers
In 2020 visten 524.000 Nederlanders als zeehengelaar. Hiervan vist 100.000 uitsluitend op zee. Het merendeel is man, maar zeevissen groeit onder vrouwen. Het aantal vrouwen steeg van 100.000 in 2017 naar 156.000 in 2020.
Circa 60.000 kinderen (6, 14 jaar) probeerden ooit op zee te vissen. Meer dan driekwart van de zeevissers gaat 1, 5 keer per jaar het water op. Ongeveer 40.000 mensen vissen maandelijks, wekelijks of vaker op zee.
Bron: KANTAR-onderzoek (PDF)
Voor de pot
61% van de zeevissers neemt wel eens vis mee naar huis. Ter vergelijking: op het binnenwater neemt ongeveer 10% weleens vis mee.
Sportvisserij op zeebaars € 221 miljoen waard
Zeebaars levert een flinke bijdrage aan de zeehengelsport. Meer dan de helft van de omzet in deze tak hangt samen met zeebaars. Dat komt neer op ongeveer €221 miljoen per jaar.
Van de 470.000 sportvissers die aan en op zee actief zijn, jaagt ongeveer driekwart op zeebaars. Het aandeel steeg van 73% in 2020 naar 78% in 2021. Een kwart van die vissers gaat regelmatig of vaak op zoek naar zeebaars.
Deze cijfers tonen hoe populair zeevissen is en welke economische rol zeebaars speelt voor de zeehengelsport.
