Cijfers loodgebruik

Bekijk de nieuwste schattingen van loodverlies en het gebruik van loodalternatieven in de sportvisserij. We leggen cijfers en verschillen uit.

Cijfers loodgebruik

Den Haag, 13 januari 2023

Samenwerking en nieuwste cijfers

De Sportvisunie, de Unie van Waterschappen en de Rijksoverheid ondertekenden de Samenwerkingsovereenkomst Sportvisserij Loodvrij 2022-2024. Met deze overeenkomst zetten ze de Green Deal Sportvisserij Loodvrij voort. De partijen werken verder aan het verminderen van loodgebruik in de sportvisserij.

De overeenkomst heeft hetzelfde doel als de Green Deal: een volledig loodvrije sportvisserij in 2027. De nadruk ligt op het voortzetten van de bewustwordingscampagne over de impact van lood op mens en milieu. Tegelijk zetten partijen in op Europese maatregelen om vislood verder terug te dringen.

In dit artikel bespreken we de meest recente cijfers over gebruik en verlies van vislood. Als we het over "sportvisser" hebben, bedoelen we hengelaars.

Visserijkundig onderzoek en monitoring

Het ministerie van LNV gebruikt twee typen surveys voor de monitoring: Screening Surveys en Logboek Surveys. Het Centrum voor Visserij Onderzoek (CVO), onderdeel van Wageningen Marine Research (WMR), voert deze surveys uit in opdracht van het ministerie.

Naast deze monitoring speelt het visserijkundig onderzoek van Deltares (2013) een rol. Dat onderzoek schatte het jaarlijkse loodverlies door sportvissers op 470 ton in zout water en 54 ton in zoet water. Die cijfers gebruikte men bij de besluitvorming rond de Green Deal.

Meest recente schattingen van loodverlies

Het CVO/WMR-rapport over 2020-2021 schat het jaarlijkse loodverlies op 27,3 ton in zout water en 8,5 ton in zoet water. Voor 2018-2019 liggen de schattingen op 25,2 ton (zout) en 7,4 ton (zoet). Beide periodes leveren ramingen van gelijke orde.

In 2020-2021 nam het aantal sportvissers met bijna 30% toe. Daardoor daalde het gemiddeld geschatte loodverlies per sportvisser overall.

De Logboek Survey toont meer details:

  • In zout water verloor gemiddeld 18,9% van de vistrips lood in 2020. Dat was 14,3% in 2018.
  • Het gemiddeld gewicht van verloren lood daalde in zout water van 130 gram (2018-2019) naar 94 gram (2020-2021).
  • In zoet water lag het percentage vistrips met loodverlies op 5,6% in 2020, 2021, tegen 4,7% in 2018-2019.
  • Het gemiddeld gewicht bij verlies bleef vrijwel gelijk: 28 gram (2018) en 27 gram (2020).

De geschatte jaarlijkse totalen uit de Logboek Surveys liggen beduidend lager dan de Deltares-schatting. Dat vraagt om uitleg over methoden en steekproeven.

Waarom de cijfers verschillen

Het bepalen van jaarlijks loodverlies vergt inschattingen over een heel jaar. De Logboek Survey laat vissers per trip hun eventuele loodverlies noteren. Deltares gebruikte een recall-survey. Recall-surveys leiden vaak tot overschatting (recall bias).

Deltares schatte dat een zeesportvisser jaarlijks ongeveer 1 kg verloor. Die uitkomst baseerde Deltares op slechts 49 zeesportvissers. Het rapport stelde bovendien dat die steekproef te klein is. Daarnaast vulden vooral fanatieke vissers van Hét VISblad de enquête in. Die groep blijft qua gedrag afwijken van de gemiddelde sportvisser. Door recall bias, een te kleine steekproef en een niet-representatieve respondentengroep lijkt de Deltares-schatting substantieel hoger uit te vallen.

De Logboek Survey kan juist licht onderschatten. Fanatieke vissers kunnen ondervertegenwoordigd raken. Verder hanteerde Deltares gemiddeld 13,7 vistrips per visser per jaar. CVO/WMR vindt dat het gemiddelde dichter bij 5 vistrips per jaar ligt. CVO/WMR berekent het totaal loodverlies door per visfrequentiecategorie het gemiddeld verlies te vermenigvuldigen met het aantal vissers in die categorie.

Lees meer over methoden en verklaringen in het CVO/WMR-rapport.

Gebruik van loodalternatieven

De Screening Survey meet hoe vaak vissers loodalternatieven gebruiken. Tussen 2017 en 2021 steeg het aandeel hengelaars dat ooit een loodvervanger gebruikte van 10% naar 23%. Het aantal sportvissers groeide van 1,16 miljoen naar 1,35 miljoen. Daardoor nam het absolute aantal vissers dat minstens één keer per jaar met een loodvervanger vist toe van 116 duizend naar 311 duizend.

De surveys zeggen weinig over frequentie. De Screening Survey vraagt vissers naar het aantal trips met loodalternatieven. Uit die resultaten blijkt dat vissers vaker en consistenter loodalternatieven gebruiken. In 2017 gaf 17% van de vissers aan in meer dan 10 trips een alternatief te gebruiken. In 2021 steeg dat naar 24%.

De Logboek Surveys tonen het aandeel vistrips met loodvervangers:

  • Zout water: 6,2% (2018) naar 8,9% (2020).
  • Zoet water: 2,9% (2018) naar 6,8% (2020).

De Screening en Logboek Surveys gebruiken verschillende methoden. Daardoor vergelijk je ze niet één op één. De Screening Survey is een recall-survey en geeft waarschijnlijk een overschatting van het aandeel trips. De Logboek Survey registreert per trip het gebruikte gewicht en levert daardoor nauwkeurigere uitspraken.

Eind 2023 rapporteren de resultaten van de lopende logboek survey over 2022-2023. Dan zie je hoe de trend verder loopt.

Belangrijke rapporten en onderzoeken

We houden de cijfers en methoden scherp. Zo volgt de Sportvisunie nauwgezet hoe loodverlies en het gebruik van alternatieven zich ontwikkelen.