
Wat is Natura 2000?
De Europese lidstaten beschermen samen belangrijke natuurgebieden. Dat netwerk heet Natura 2000. Deze gebieden verdienen bescherming vanwege hun bijzondere natuurwaarden. Bescherming geldt nu en in de toekomst. Ook recreanten en sportvissers profiteren van die kwaliteit.

Natura 2000 en sportvissen
Nederland benoemt 162 Natura 2000-gebieden. Tweederde van die oppervlakte bestaat uit water. Je vindt veel van die wateren in het IJsselmeer, de Deltawateren en delen van de grote rivieren. Sportvissers vissen veel in deze gebieden. Ze zoeken rust, ruimte en goede visstand.
Voor elk Natura 2000-gebied stelt de overheid een beheerplan op. Het beheerplan legt vast welk bestaand gebruik blijft. Als het beheerplan sportvisserij als bestaand gebruik opneemt, voorkom je herhaalde vergunningaanvragen. Daarom werkt de Sportvisunie actief mee bij beheerplannen.

Vissen in een natuurlijke omgeving waarderen veel sportvissers.
Doelsoorten en maatregelen
Natura 2000 beschermt specifieke soorten en habitattypen. Voor sommige gebieden gelden vissoorten als doelsoort. Vooral diadrome soorten staan op die lijst, zoals zalm, zeeprik en fint. Projecten verbeteren stroom- en habitatcondities. Bijvoorbeeld: migratiebarrières, zoals stuwen, maken we passeerbaar. Zo bereiken vissen hun voormalige paaigebieden en herstellen populaties. Die verbetering profiteert ook andere riviervissen.
Vissoorten met links
- Zeeprik (Petromyzon marinus)
- Beekprik (Lampetra planeri)
- Rivierprik (Lampetra fluviatilis)
- Elft (Alosa alosa)
- Fint (Alosa fallax)
- Zalm (Salmo salar)
- Bittervoorn (Rhodeus sericeus amarus)
- Grote modderkruiper (Misgurnus fossilis)
- Kleine modderkruiper (Cobitis taenia)
- Rivierdonderpad (Cottus gobio)
Predatie door aalscholvers
Naast vissen gelden ook visetende vogels als doelsoorten. Voor veel vogelsoorten streeft Natura 2000 naar behoud van de huidige populatieomvang. Dat geldt ook voor de aalscholver. Aalscholvers eten vooral vis tussen 20 en 35 cm, zoals brasem. Aalscholvers jagen groepsgewijs en kunnen in kleine, open wateren sterke druk op de visstand uitoefenen.

Als weinig brasems aanwezig zijn, jagen aalscholvers ook op andere soorten.
Bij visstandbemonsteringen merk je vaak dat aalscholvers regelmatig op een water foerageren. Als brasems verdwijnen, zoeken aalscholvers andere prooien. De grootste effecten ontstaan in kleine wateren met weinig schuilgelegenheid. Hoewel veel van die watertjes niet binnen Natura 2000 liggen, beïnvloeden aalscholvers ook omliggende wateren.
Bestaand gebruik en beheerplannen
Projecten en plannen in Natura 2000-gebieden mogen geen significant negatieve effecten hebben op beschermde soorten en habitats. Ook bestaand gebruik moet dit aantonen met visserijkundig onderzoek. Als visserijkundig onderzoek uitwijst dat sportvisserij geen schadelijke effecten heeft, neemt het beheerplan sportvisserij op als bestaand gebruik.
Als sportvisserij mogelijk wel schadelijk blijkt, pas je mitigerende maatregelen toe. Die maatregelen voorkomen of verminderen verstoring, zodat sportvisserij vaak alsnog in het beheerplan past. Activiteiten met een waarschijnlijk significant schadelijk effect worden vergunningplichtig. Voor die gevallen vraagt de initiatiefnemer een passende beoordeling aan.
Kansen en bedreigingen
Kansen:
- Het opheffen van migratiebarrières verbetert de visstand in rivieren.
- Als diadrome doelsoorten terugkeren, kun je die in de toekomst mogelijk bevissen.
Bedreigingen:
- Instandhoudingsdoelen voor aalscholvers kunnen negatieve effecten op kleine wateren veroorzaken.
- Voor bestaand gebruik moet je met visserijkundig onderzoek aantonen dat je geen significant negatief effect veroorzaakt. Dat vraagt tijd en inzet.

De sportvisserijmogelijkheden in natuurgebieden kunnen beperkt raken.
Omgaan met bedreigingen
De Sportvisunie adviseert actieve deelname bij beheerplanprocedures. Lever informatie over het huidige sportvisserijgebruik. Zo help je een goede beoordeling van effecten op beschermde waarden.
Beperk aalscholverpredatie door structuurvariatie toe te voegen. Leg takken, rietkragen en waterplanten aan. Zo vergroot je schuilmogelijkheden voor vis. Daarmee verminder je de directe effecten van aalscholvers, ook op brasempopulaties.
Zonering kan ook helpen. Bijvoorbeeld beperkte toegankelijkheid tijdens het broedseizoen. Met zulke mitigerende maatregelen past sportvisserij vaker in beheerplannen.
Conclusie
Natura 2000 biedt kansen en uitdagingen voor de sportvisserij. Verbetering van migratieroutes profiteert veel riviervissen en kan nieuwe vismogelijkheden bieden. Tegelijk vragen instandhoudingsdoelen en toetsing door visserijkundig onderzoek om inspanning van de sportvisserijsector. Neem deel aan beheerplanprocedures en lever feiten aan, zodat sportvissers hun plek in Natura 2000 behouden.
