Swimway Vecht: vismigratie

Visserijkundig onderzoek brengt migratieknelpunten in de Overijsselse Vecht in kaart en geeft concrete maatregelen.

Swimway Vecht: vismigratie

Swimway Vecht: vismigratie in kaart

Waar liggen de belangrijkste migratieknelpunten in de Overijsselse Vecht? En hoe verbeter je de vismigratie van de bron in Duitsland tot aan zee? Die vragen stonden centraal in het visserijkundig onderzoek Swimway Vecht. Het project startte in 2019 en leverde onlangs een eindrapport met heldere conclusies en concrete kansen.

Lees hier het volledige rapport inclusief samenvatting (PDF).

Partners: waterschap Drents Overijsselse Delta, de Sportvisunie en LIFE IP Deltanatuur.

Zenderen en volgen

Voor het visserijkundig onderzoek vingen onderzoekers vissen met netten en de hengel. Bij vijf soorten plaatsten ze operatief kleine zenders in de buikholte: winde, kwabaal, (schier)aal, houting en Atlantische (zee)forel.

De zenders gaven een uniek signaal. Onderzoekers plaatsten ontvangers langs de hele rivier, van bovenloop tot Ketelmeer. Elke keer als een vis langs een ontvanger zwom, registreerde die de code en het tijdstip. Zo ontstond een gedetailleerd beeld van trek- en verblijfspatronen.

Te grote barrières

Onderzoekers vingen verrassend vaak kwetsbare soorten. Ze vingen een Atlantische forel van 77 cm en ruim 6 kg. Ze vingen ook houting, kwabaal en rivierprik.

Toch vormt de Vecht nog geen goede corridor tussen zee en bron. Vissen migreerden stroomafwaarts vaak eenvoudig met de stroming mee. Volledig stroomopwaarts trekken naar de bovenlopen lukte niet. De stuwen blokkeren hun route. De aanwezige vispassages helpen alleen sterke zwemmers, zoals zeeforel en winde, als die passages goed werken.

Zwakke zwemmers, zoals houting en kwabaal, passeren de passages niet. Voor hen zijn extra maatregelen nodig. Denk aan nevengeulen bij stuwen en geschikte instroomzones.

Habitat moet beter

Het rapport toont ook duidelijke tekorten in de habitat. De rivier mist voldoende plekken met stromend water en rivierbegeleid grasland. Broeken en ooibos die in de winter onderlopen verbinden vaak te weinig met de rivier.

Kwetsbare soorten, zoals zeeforel en rivierprik, hebben meer grindbodems en hoge zuurstofgehalten nodig. Moerassige gebieden functioneren als paaiplek, foerageergebied en opgroeigebied. Die plekken verbeter je door gerichte natuurherstelmaatregelen.

Volop potentie

Het onderzoek laat zien dat de Overijsselse Vecht veel potentie heeft. Zeldzame doelsoorten zoals zeeforel, kwabaal, rivierprik en houting komen al in de benedenloop voor. Migrerende soorten als spiering en aal trekken het water in.

Cruciaal: help alle trekvis stromop- en stroomafwaarts met extra maatregelen. Geef de rivier meer stromend-waterhabitat terug. Daarmee verbetert de visstand en de ecologische kwaliteit van de Vecht.

Over de Vecht

De Overijsselse Vecht ontspringt in Nordrhein-Westfalen, stroomt via Niedersachsen naar Nederland en mondt uit in de Waddenzee via het Zwarte Water, Ketelmeer en IJsselmeer. Menselijke aanpassingen veranderden de loop. Men normaliseerde en verkortte het traject, legde oevers vast en bouwde stuwen. Die ingrepen drukten de ecologie.

De Vecht was wel de eerste Nederlandse rivier waar langs alle stuwen vispassages verschenen. Ook in Duitsland richten waterbeheerders zich op ecologische verbeteringen en leggen ze vispassages aan.

Lees hier het volledige rapport van de Duitse en Nederlandse partijen, inclusief samenvatting (PDF).

VIS TV XL

VIS TV XL besteedde aandacht aan het project Swimway Vecht.

Je leest het rapport en bekijkt de video voor details en kaarten.