Waterkracht is rode stroom
Duurzame energie is populair. Waterkracht ook. Maar hoe schoon is energie uit waterkrachtcentrales als turbines veel vissen beschadigen en doden?
Bekijk wat waterkracht met vissen doet:
Rijkswaterstaat beschrijft in een beleidsregel een landelijk kader voor vergunningverlening van waterkrachtcentrales (WKC's) in rijkswateren. De regels noemen normen voor vissterfte. Tegelijk bieden ze ruimte om nieuwe technieken te proberen.
Norm van 10% vissterfte
De Sportvisunie staat hier fundamenteel anders in dan Rijkswaterstaat. De beleidsregel stelt een maximale norm van 10% vissterfte. Deze norm omvat ook uitgestelde sterfte na schade door turbinebladen.
Vissers en onderzoekers meten in de Maas bij Linne en Lith al veel hogere sterftepercentages. Zolang bestaande centrales niet ruim onder 10% sterfte werken, wil de Sportvisunie geen nieuwe centrales toelaten. Extra kleinschalige centrales met kleine individuele sterftepercentages verhogen het totaal en vergroten het risico.

Belemmeringen voor trekvissen
De Nederlandse delta vormt een belangrijke toegangspoort voor Europa. Miljoenen trekvissen, zoals Atlantische zalm en aal, migreren jaarlijks tussen zee en binnenwateren. Stuwen, dammen en sluizen blokkeren die trektocht.

Daarnaast lopen vissen in WKC's en in duizenden gemalen kans om door turbines te sterven. Die verliezen ondermijnen herstelprojecten en herintroducties van soorten.
Standpunten van de Sportvisunie
- Bouw geen nieuwe WKC's tenzij onomstotelijk blijkt dat de centrales geen vissterfte geven.
- Weeg bij nieuwe plannen altijd de lokale natuurwaarden af tegen het mogelijke energieopbrengst.
- Leg vergunningaanvragen voor nieuwe centrales voor aan een Milieu Effect Rapportage. Het rapport onderzoekt plaatselijke effecten en effecten op het stroomgebied.
- Voorzie alle bestaande WKC's zo snel mogelijk van aantoonbaar effectieve visgeleidingssystemen of visvriendelijke turbines.
Kosten en baten
De zeven bestaande Nederlandse WKC's wekken samen ongeveer 108 gigawattuur per jaar op. Dat dekt grofweg 0,1% van de Nederlandse jaarvraag. Met vijf tot negen extra centrales verhoogt dat hooguit naar 0,2%.
Gelet op de geringe opbrengst en de grote schade aan bedreigde vissoorten en ecosystemen, vraagt de Sportvisunie zich af of uitbreiding van waterkracht hier duurzaam is. Denemarken, met vergelijkbare hoogteverschillen, koos vaak anders. Daar voerde men kosten-batenanalyses uit en legde sommige WKC's stil of maakte ze ongedaan.
Conclusie
De Sportvisunie verzet zich tegen nieuwe waterkrachtcentrales in onze rivieren zolang bestaande centrales niet aantoonbaar visvriendelijk werken. Tot die situatie bereikt is, accepteer je geen uitbreiding van WKC's.
