Haaien taggen beschermt ze
Wist je dat elk jaar veel haaien langs de Nederlandse kust zwemmen? Sinds 2011 voert de Sportvisunie samen met Wageningen Marine Research en partners visserijkundig onderzoek uit naar haaien en roggen. Sportvissers melden vangsten en leveren zo waardevolle gegevens.

Sharkatag: sportvissers merken haaien
Sharkatag is het jaarlijkse evenement waarbij sportvissers haaien vangen en taggen. Daarna zetten ze de haaien terug en volgen onderzoekers hun bewegingen. Vroeger lag de focus op volwassen dieren. Nu richt het programma zich vooral op jonge haaitjes. Die jonge dieren komen steeds vaker voor langs de kust. Dat wijst op mogelijke "pupping grounds", oftewel geboortegebieden.
Historie en herkomst
In de jaren ’60 en ’70 ving men regelmatig haaien in de Voordelta en de Waddenzee. Overbevissing liet die soorten daarna ruim veertig jaar wegzakken. Vanaf 2009 zag men weer haaien in Zeeuwse wateren. Dat leidde in 2011 tot het merkprogramma voor haaien en roggen.
Buiten Sharkatag merken charterschippers en onderzoekers het hele jaar door haaien voor visserijkundig onderzoek.
Nieuwe kennis door vangsten
In het meerjarige programma merkten onderzoekers ruim 5.000 volwassen gevlekte gladde haaien. Sportvissers melden terugvangsten. Die meldingen leverden veel nieuwe feiten over haaien in de Noordzee.
De data ondersteunt het Nederlandse Haaien Actieplan. Dit plan gebruikt de gegevens om haaien beter te beschermen.
Het Europese Haaienactieplan wil meer kennis over haaienvisserij, soorten en hun rol in het Noordzeesysteem. Landen moeten op basis van dit plan een eigen haaienactieplan opstellen.
Niels Brevé, haaienonderzoeker bij de Sportvisunie, zag duidelijke patronen. Volwassen vrouwtjes migreren in de herfst vooral naar het zuiden. Ze reizen richting het Engelse Kanaal en soms tot Noord-Spanje. Een deel van de mannetjes zwemt juist naar het noorden, richting Schotland en Noorwegen. Mogelijk zoeken vrouwtjes warmer water. Dat versnelt de ontwikkeling van de jongen. Mannetjes hebben die warmte niet nodig.
In het voorjaar keren de haaien terug naar de Voordelta. Vaak bezoeken ze dezelfde plek waar ze eerder zijn gevangen, gemerkt en losgelaten.

Meldingen van vrouwelijke gevlekte gladde haaien wijzen op de Oosterschelde als kraamkamer.
Focus op jonge haaitjes
De grote merkcampagne stopte toen we veel leerden over volwassen dieren. Nu gebruiken onderzoekers geavanceerde zenders op enkele tientallen volwassen haaien. Het huidige visserijkundig onderzoek richt zich op jonge haaitjes tot 50 cm. Over die juvenielen weten we nog weinig.
Sportvissers vangen die jonge haaien steeds vaker langs de kust. Dat versterkt het vermoeden dat de Zeeuwse delta een belangrijke geboortegrond is. In de zomer vind je in de Voordelta mannetjes en vrouwtjes van alle maten. In de Oosterschelde en bij de monding van de Westerschelde treffen we vooral volwassen vrouwtjes aan, soms tot 130 cm.
Zwangere vrouwtjes foerageren langs de kust. Ze zoeken ondiep en relatief warm water in Zeeuwse zeearmen. Na een draagtijd van ongeveer een jaar baren ze hun pups.

Een sportvisser met een gevlekte gladde haai die voor nakomelingen zorgt.
Kraamkamer in kaart brengen
De Zeeuwse delta vervult vermoedelijk een belangrijke kraamkamerfunctie. Daarom brengen we nu de geboortegebieden in kaart. We vragen: waar komen jonge haaien in de zomer voor? Waar migreren ze daarna naartoe?
Medewerkers van de Sportvisunie gaven trainingen aan charterbootschippers. Die leren hoe je pups van een floytag voorziet. Een floytag is een klein merkje bij de rugvin. Zo markeer je haaien kleiner dan 50 cm. Na terugzet levert elke melding extra data. Met die gegevens en vangstmeldingen tekenen onderzoekers de pupping grounds nauwkeuriger uit.
Meer kennis over geboortegebieden helpt om belangrijke plekken te herkennen. In combinatie met terugzetregels versterkt dat de toekomst van de haaienpopulaties. Die dieren spelen als toppredator een belangrijke rol in het Noordzee-ecosysteem.

Nadat onderzoekers alle gegevens opnemen, zwemt de haai weer vrij.
Ook ruwe haai zwemt hier
De meeste getagde pups zijn gevlekte gladde haaien (Mustelus asterias). Maar we vinden ook pups van de ruwe haai (Galeorhinus galeus). Visserijkundig onderzoek met hightech zenders toont dat de Oosterschelde ook voor de ruwe haai als kraamkamer fungeert.
Vrouwtjes van deze soort zoeken in de zomer ondiep, warm water op. Daar baren ze levende jongen. In de herfst migreren ze via Het Kanaal richting Portugal en de Canarische Eilanden. Het volgende jaar keren ze terug om zich voort te planten.
Helaas staat de ruwe haai als kritiek bedreigd op de Rode Lijst van IUCN. De populatie daalt sterk. Aanlanden van ruwe haaien gebeurt soms nog, hoewel de soort geen commerciële waarde heeft. Dat moet stoppen.
De Sportvisunie roept beroeps- en sportvissers op om ruwe haaien en gevlekte gladde haaien na vangst terug te zetten en vangsten te melden op www.sharkray.eu. De Sportvisunie pleit voor een terugzetplicht voor beide soorten.


Verschil tussen gevlekte gladde haai en ruwe haai:
- De gevlekte gladde haai heeft een grotere tweede rugvin en platte tanden.
- De ruwe haai heeft een kleine tweede rugvin en een grote onderste staartlob.
Wat kun jij doen?
Meld elke vangst. Gebruik de meldsite of de Sharkray-databank. Taggen en melden levert directe informatie over kraamgebieden en migratie. Zo help je haaien in de Noordzee.
