Karperbeleid
Aanleiding
Karpervissen is zeer populair in Nederland. Je vist met een penhengel langs de oever of je kampeert een weekend om de grote karpers te vangen. Voor veel sportvissers hoort karpervissen bij de leefstijl. Drie- tot vierhonderdduizend sportvissers vissen op karper. Karpervissen genereert jaarlijks ongeveer 100 miljoen euro omzet en biedt zo’n 800 mensjaren werk.

Weerstand
Voor een goed karperbestand is planmatig beheer en soms uitzet nodig. Veel waterbeheerders reageren terughoudend op uitzet van karper. Ze vragen zich af of karper inheems is of een exoot. Ze vrezen verdringing van andere soorten en bodemwoeling die tot vertroebeling leidt.
Steeds vaker ondervinden hengelsportorganisaties weerstand bij beheer of het realiseren van aantrekkelijke karperbestanden.
Inventarisatie visserijkundig onderzoek
Daarom verzamelde de Sportvisunie zoveel mogelijk visserijkundig onderzoek over karper. We raadpleegden wereldwijde studies. Dit leverde het rapport ‘Karper in Nederland’ op. Het rapport telt ruim 200 pagina’s en verwijst naar honderden visserijkundige onderzoeken. De Sportvisunie verspreidt dit rapport digitaal onder sportvissers, overheden, waterbeheerders, adviesbureaus en onderzoeksinstituten.
Het rapport behandelt:
- historie en verspreiding van karper
- kweek en uitzettingen in Nederland
- invloed van karper op waterkwaliteit en ecosystemen
- karper en de Kaderrichtlijn Water
- sportvisserij en beheer
Volledige rapporten (pdf):
- Voorwoord, inleiding, samenvatting, inhoudsopgave
- Karper: historie en verspreiding
- Teelt van karper en karperuitzettingen in Nederland 1850-2014
- Karper: waterkwaliteit, ecosysteem en Kaderrichtlijn Water
- Sportvisserij en karper
- Beheer van karper
Resultaten uit visserijkundig onderzoek
Geïntegreerd
Visserijkundig onderzoek toont dat karper in Nederland als inheems kan gelden. Karper koloniseerde vermoedelijk via het Rijnstroomgebied in de Middeleeuwen. Domesticated kweekvormen mengden mogelijk vroeg met natuurlijke populaties. Uitzet en ontsnappingen vergrootten het verspreidingsgebied verder.

Gematigd
Karper past zich goed aan. De soort bewoont veel habitats en hanteert een levensstrategie op dat bereik. In sommige omstandigheden neemt karper een dominante rol in de visgemeenschap.
Internationaal onderzoek, vooral uit de VS en Australië, waarschuwt voor ongewenste effecten na introducties.
Bij hoge dichtheden beïnvloedt karper het ecosysteem, de waterkwaliteit en andere vissoorten. Hoge dichtheden ontstaan door sterke natuurlijke aanwas en productie.
In Nederland en West-Europa komt zo’n sterke natuurlijke aanwas bijna niet voor. Klimaat en fysisch-chemische omstandigheden remmen die groei. Predatie speelt ook een rol. Alleen in enkele brakke kreken en zoute polders kan een dicht karperbestand natuurlijk voorkomen.
Omdat de natuurlijke aanwas meestal laag blijft, zet de visrechthebbende karper uit om sportvissers aantrekkelijke vismogelijkheden te geven.

Bodem
Karper zoekt deels voedsel in de bodem. Afhankelijk van het aantal vissen leidt dat tot woeling. Woeling beïnvloedt helderheid en plantengroei (KRW-doelen). Andere factoren spelen mee. Denk aan brasem, krabben, tubifex, scheepvaart en wind.
Voorkom ongewenste effecten door planmatig en verantwoord visstandbeheer.
Waterkwaliteit en welzijn
De bijdrage van lokaal voer (P) aan nutriënten blijft in de meeste wateren onder 1%. Dit heeft meestal weinig effect op waterkwaliteit.
Karper is robuust. Bij goede behandeling overleeft gevangen karper catch-and-release praktisch altijd.
Standpunten karperbeleid van de Sportvisunie
Op basis van visserijkundig onderzoek kiest de Sportvisunie de volgende uitgangspunten:
- Uitzet van vis hoort in een planmatig visstandbeheer. Beschrijf functies van het water en wensen van de sportvisserij. Plan beheer in een cyclus: inventariseren, analyseren, beheren en monitoren. Sportvissers en hengelsportorganisaties werken daarbij samen met de waterbeheerder.
- Bij heldere, plantenrijke wateren heeft een karperbiomassa < 100 kg/ha vrijwel geen effect. Dit geldt als die biomassa uit grotere, laagproductieve karpers bestaat (4+ jaar).
- Als de biomassa vooral uit kleine, productieve karpers bestaat (1, 2 kg), ontstaan negatieve effecten. Dan kunnen 50, 100 vissen per hectare al problemen geven. Daarom adviseren we voor heldere plantenrijke wateren een voorzorgsnorm van 80 kg karper per hectare, bij voorkeur bestaande uit grotere dieren.
- In grote, troebele kunstmatige wateren (rivieren, kanalen, stedelijk gebied) kan een hogere karperbiomassa voorkomen. In speciale karpervijvers zijn 200, 600 kg/ha mogelijk.
- De KRW-maatlat voor karper vraagt herziening. De maatlat rust te veel op twee niet-representatieve studies. Brasem en karper vallen nu onterecht samen. Het onderscheid tussen stilstaande en stromende wateren verdient meer nuance.
- Karper kan ziekten dragen (o.a. KHV en KSD). Wees voorzichtig. Zet gevangen karper terug in hetzelfde water om verspreiding te voorkomen. Zet pootvis niet ongebreideld uit. Overweeg een keurmerk voor gekweekte vis.
