Bescherming vissoorten

Overzicht van beschermde soorten, terugzetregels, minimummaten en levend aas. Lees wat je als visser moet weten.

Bescherming vissoorten

Bescherming van vissoorten

Sommige vissoorten zijn zo zeldzaam dat je ze het hele jaar beschermt. Andere soorten hebben alleen bescherming tijdens de paaiperiode. Je ziet bescherming op verschillende manieren terug in wet- en regelgeving.

Europese en internationale regels

Internationale verdragen en EU-regels beschermen vissen. Die regels werken door in nationale wetten. Hieronder vind je de belangrijkste instrumenten kort uitgelegd.

Habitatrichtlijn

De Habitatrichtlijn geldt in alle EU-lidstaten. De richtlijn beschermt soorten en hun leefgebied. Nederland zette deze richtlijn om in de Wet natuurbescherming.

Europese aalverordening

De Europese aalverordening regelt herstelmaatregelen voor aal (paling). Lidstaten stellen aalbeheerplannen op. Deze plannen moeten zorgen dat voldoende volwassen aal naar zee kan migreren. De verordening legt ook percentage- en inspanningsdoelen vast voor het terugdringen van de aalvangst.

Rijnverdrag, Maasverdrag en Beneluxbeschikking vrije vismigratie

Deze verdragen stimuleren vismigratie. Nederland maakt migratiebarrières, zoals stuwen en sluizen, passeerbaar voor vissen.

Nationale bescherming

De Wet natuurbescherming beschermt vissen in Nederland sinds 1 januari 2017. Deze wet verving eerdere natuurwetten. De wet regelt soortenbescherming en gebiedenbescherming.

Gebiedenbescherming (Natura 2000)

De minister wijst speciale beschermingszones aan (Natura 2000). Die zones beschermen vissen uit bijlage II van de Habitatrichtlijn. Voor de volgende soorten gelden aanwijzingseisen:

  • beekprik
  • bittervoorn
  • elft
  • fint
  • grote modderkruiper
  • houting
  • kleine modderkruiper
  • rivierdonderpad
  • rivierprik
  • Atlantische steur
  • zalm
  • zeeprik

De provincie stelt instandhoudingsdoelstellingen en een beheerplan op voor een Natura 2000-gebied. Als een gebied is aangewezen, mogen werkzaamheden of projecten het gebied niet aantasten als ze negatieve effecten veroorzaken.

Soortenbescherming

De Wet natuurbescherming beschermt ook soorten los van gebieden. Vooral regels uit de Habitatrichtlijn bepalen die bescherming.

  • Artikel 3.5 beschermt de Atlantische steur en de houting streng. Je mag deze vissen in hun natuurlijke leefgebied niet opzettelijk vangen, doden of verstoren. Je mag rust- en voortplantingsplaatsen niet beschadigen.
  • Artikel 3.7 geeft ruimte voor aanvullende regels voor soorten in bijlage V van de Habitatrichtlijn. Voor de elft, fint en zalm gelden jaarrond gesloten tijden. Voor de rivierprik geldt een gesloten tijd van 1 maart t/m 30 april en van 1 november t/m 31 januari.
  • Artikel 3.10 verbiedt het opzettelijk vangen of doden van de volgende soorten, en het opzettelijk verstoren of vernielen van hun vaste voortplantings- of rustplaatsen:

Artikel 1.11 legt een algemene zorgplicht op. Als je weet of kunt vermoeden dat je handelen nadelige effecten veroorzaakt, stop of beperk je dat handelen. Deze zorgplicht geldt niet als je volgens de Visserijwet 1963 handelt. Heb je het recht om ergens te vissen? Dan mag je een vis doden voor consumptie volgens die wet.

Direct terugzetten

Bij vangst van beschermde soorten zet je die direct en levend terug in hetzelfde water. Dit geldt voor beroeps- en sportvissers. De Wet natuurbescherming geldt op heel Nederlands grondgebied. Op zee geldt de wet tot 12 zeemijl vanaf de laagwaterlijn.

Ook paling (aal) valt onder de Wet natuurbescherming. De Regeling Natuurbescherming (artikel 3.20) geeft vrijstelling als je aantoont dat een aal:

  • is gevangen overeenkomstig de Visserijwet 1963, of
  • legaal is ingevoerd of verkregen.

Voor sportvissers geldt die vrijstelling bijna nooit. Schriftelijke toestemmingen verplichten meestal tot direct terugzetten. Voor houders van een (Jeugd)VISpas of Kleine VISpas geldt altijd dat je gevangen aal direct retourneert. Tijdelijk bewaren mag niet.

Minimummaten

De minister stelt minimummaten vast op grond van de Visserijwet 1963 en het Reglement voor de binnenvisserij. Vang je een ondermaatse vis van een van deze soorten? Dan zet je die direct terug. Tijdelijk bewaren mag niet, tenzij je een ontheffing voor visserijkundig onderzoek krijgt.

Geldende minimummaten (Uitvoeringsregeling visserij, art. 5b):

  • Aal/Paling: 28 cm
  • Baars: 22 cm*
  • Barbeel: 30 cm
  • Bot: 20 cm
  • Beekforel: 25 cm
  • Kopvoorn: 30 cm
  • Rivierprik: 20 cm
  • Snoek: 45 cm
  • Snoekbaars: 42 cm
  • Zeelt: 25 cm

*Bij baars geldt, behalve op het IJsselmeer, twee uitzonderingen als je met een hengel vist:

  1. Je mag onbeperkt ondermaatse baarzen in bezit hebben als je ze levend bewaart in een leefnet of emmer en levend terugzet in hetzelfde water.
  2. Je mag maximaal 20 dode ondermaatse baarzen vervoeren als redelijk aannemelijk is dat je ze als aasvis gebruikt. Volgens de Gezamenlijke Lijst van Nederlandse Viswateren mag van die 20 baarzen maximaal 10 exemplaren groter dan 15 cm zijn.

Let op: een visrechthebbende kan in zijn schriftelijke toestemming hogere minimummaten of meeneemlimieten vaststellen.

Ook geldt een fileerverbod voor soorten met een minimummatenregel. Fileren bemoeilijkt of verhindert vaststellen van de maat. Bewaar of vervoeren van gefileerde vis valt onder dit verbod.

Gesloten tijden, aassoorten en vistuigen

-> Lees hier meer over gesloten tijden, aassoorten en toegestane vistuigen.

Verbod op gebruik van levend aas

Het Besluit houders van dieren verbiedt het gebruik van levende vissen als aas bij binnen- en kustvisserij. Dit verbod geldt ook voor andere gewervelde dieren. Wormen en maden mag je wel als aas gebruiken. Bijzondere schaal- en schelpdieren (zoals Noordzeegarnaal en Steurkrab) vallen ook onder het begrip "vissen". Welke dieren dat precies zijn lees je in bijlage 1 van de Uitvoeringsregeling visserij.

Het bezit van levende vissen verbiedt het besluit niet. Houd je levende vissen? Respecteer minimummaten en gesloten tijden. Zorg dat vissen voldoende ruimte en zuurstof krijgen. Anders pleeg je dierenmishandeling (art. 2.1 Wet dieren).

Let op de regels bij vangst en terugzetten van beschermde soorten. Volg ze altijd strikt.