Gesloten tijden
Wat zijn gesloten tijden?
De minister kan voor bepaalde vissoorten een gesloten tijd vaststellen. Dit gebeurt op grond van art. 2a, lid 2 van de Visserijwet 1963 en art. 5c van de Uitvoeringsregeling visserij. Een gesloten tijd betekent dat je die vissoort direct terugzet in hetzelfde water. Je mag de vis in die periode ook niet bij je hebben. De maat beschermt de vis tijdens kwetsbare periodes.
Let op: van 1 april tot en met de laatste zaterdag van mei geldt voor veel wateren ook een gesloten tijd voor bepaalde aassoorten. Voor het IJsselmeer loopt die periode van 16 maart tot en met 30 juni. Zie het volgende hoofdstuk voor details.
Bekijk hier alle vissoorten in onze online vissengids (de Sportvisunie).

Gesloten tijden per vissoort
De volgende vissoorten hebben wettelijke gesloten tijden:
- Snoek: 1 maart tot en met de laatste zaterdag van mei (IJsselmeer: tot en met 30 juni).
- Barbeel, Kopvoorn en Winde: 1 april tot en met 31 mei.
- Snoekbaars en Baars*: 1 april tot en met de laatste zaterdag van mei (IJsselmeer: tot en met 31 mei)**.
- Beekforel: 1 oktober tot en met 31 maart.
- Elft, Fint, Kwabaal, Meerval, Serpeling, Sneep, Zeeforel, Zalm, Zeeprik en Vlagzalm: het hele jaar.
- Rivierprik: 1 november tot en met 31 januari en 1 maart tot en met 30 april.
*Voor baars kleiner dan 22 cm geldt, behalve op het IJsselmeer, een uitzondering. Degene die het recht heeft om met de hengel te vissen mag een onbeperkt aantal ondermaatse baarzen in bezit hebben. Deze baarzen moeten levend in een leefnet of emmer blijven en levend terug in hetzelfde water.
**Art. 5c noemt 31 mei. Art. 61 van de Uitvoeringsregeling visserij geeft vanaf de laatste zaterdag van mei een vrijstelling.

De graskarper zet de beheerder uit om plantengroei te bestrijden. Je moet graskarpers altijd terugzetten.
Een visrechthebbende kan in een schriftelijke toestemming een langere gesloten periode vastleggen. Die periode mag de rechthebbende niet inkorten ten opzichte van de wettelijke periode.
Gesloten tijd voor aassoorten bij de hengel
Vanaf 1 april tot en met de laatste zaterdag van mei geldt in veel binnenwateren een verbod om met de hengel te vissen met:
- een dood visje;
- een stukje vis;
- slachtproducten;
- alle soorten kunstaas, behalve kunstvliegen kleiner dan 2,5 cm.
Voor het IJsselmeer geldt dit verbod van 16 maart tot en met 30 juni.
Het verbod geldt niet voor Walcheren, Schouwen-Duiveland, Tholen, Noord-Beveland, het kanaal van Zuid-Beveland, de Haven van Goes, het Veerse Meer en het Grevelingenmeer en hun inhammen en kreken.
De wet rekent ook schaal- en schelpdieren tot “vis”. Je mag dus in de genoemde periode niet vissen met kreeften, krabben, garnalen of inktvissen.
Het verbod geldt alleen voor het vissen met een hengel. Je mag de genoemde aassoorten wel in het lokvoer gebruiken.
Formeel geldt het verbod voor alle soorten kunstaas. Daarom raden wij aan om in de gesloten periode geen kunstmaden of kunstmais te gebruiken. Gebruik echte maden om risico te vermijden.
Een visrechthebbende kan aanvullende voorwaarden stellen in de schriftelijke toestemming. Bij het IJsselmeer en Markermeer geldt bijvoorbeeld vaak een langere gesloten periode. Raadpleeg de Gezamenlijke Lijst van Nederlandse Viswateren en de Kleine Lijst van Viswateren (de Sportvisunie) voor de exacte data en voorwaarden voor baars en snoekbaars.
Voorbeelden
- In maart mag je vaak nog met kunstaas of een dood visje vissen. Vang je een snoek? Zet de snoek direct terug.
- In maart mag je een snoekbaars of baars die voldoet aan de minimummaat bewaren, als de vergunning dat toestaat.
- Van 1 april tot en met de laatste zaterdag van mei mag je niet met kunstaas of dode visjes vissen. Iedere snoek, snoekbaars of baars moet je direct terugzetten.
- Vanaf de laatste zaterdag van mei mag je weer met alle aassoorten vissen. Bovenmaatse baarzen en snoekbaarzen mag je houden als de toestemming dat toestaat. Vaak verbiedt de toestemming het behouden van snoek.
Gesloten tijd aalvistuigen in alle wateren
Van 1 september tot en met 30 november geldt een gesloten tijd voor diverse aalvistuigen. Het doel is om volwassen paling de kans te geven naar zee te trekken en zich voort te planten.
In die periode is verboden te vissen met:

- de aaldogger;
- de aalfuik*;
- het aalhoekwant**;
- het aalkistje;
- de aalzegen;
- de ankerkuil;
- het electrovisapparaat;
- de peur;
- de visfuik;
- elk ander vistuig dan de hengel dat vooral voor aal dient.
Je mag deze vistuigen ook niet bij je hebben op of nabij water.
*Vrijstelling: voor het vissen op wolhandkrab geldt soms een aangepaste aalfuik met een ontsnappingsmogelijkheid voor aal. De visser moet hiervoor een controleovereenkomst hebben met het Productschap Vis. Zie de uitspraak van de Rechtbank Groningen (ECLI:NL:RBGRO:2012:BX0485) over onjuiste aanpassing.
**Voor zee- en kustvisserij geldt soms een vrijstelling voor aalhoekwant, mits het net niet de bodem raakt en de haken minimaal 10 mm zijn. Zie art. 32a van de Uitvoeringsregeling visserij en Staatscourant nr. 9712 van 24 juni 2010.
De Uitvoeringsregeling visserij baseert zich op de Visserijwet 1963. Overtreding van de regeling valt onder de Wet op de economische delicten.
Bijvangst tijdens de gesloten tijd voor aalvistuigen
Aal die je in deze periode als bijvangst vangt met een toegestaan vistuig moet je direct terugzetten in hetzelfde water. Je mag ook geen aal bij je hebben tijdens 1 september tot en met 30 november.
De Uitvoeringsregeling visserij baseert zich op de Visserijwet 1963. Overtreding van die regeling kan een economisch delict vormen.
Specifieke lokale regels en voorwaarden staan in de lijsten van viswateren en in de schriftelijke toestemming per water.
