Waar ga je vissen?
Feedervissen werkt goed op grotere wateren. Je zet de feederhengel in op kanalen, rivieren, plassen en grote vijvers. Met de vaste hengel vis je daar vaak minder efficiënt.

Zelfs op een stromende rivier vang je met de feeder goed. Zoek de rand van de vaargeul. Daar trekt stroming veel voedsel en vis aan.
Op heldere zandwinplassen vindt de vis zich vaak verder van de kant. Vis op 3, 6 meter diepte voor de beste kans.

De beste plekken liggen op overgangen van ondiep naar diep. Zoek structuren: rietkraag, houten beschoeiing of steenstort. Als de overkant niet bevist is, ontstaan vaak echte hotspots.
Kun je een werkend gemaaltje of koelwaterlozing vinden? Vis daar. Werkt de stroming in de richting van jouw stek, dan vang je vaak grote brasems.
Vis op overgangen en nabij lozingen voor de beste kans op veel en grote vis.
