Knopen en montages
Een goede knoop maakt vissen makkelijker. Op deze pagina leer je de drie basisknopen voor de vaste stok: de halve bloedknoop, de bledknoop en de lus. Gebruik ze om haak en tuigje stevig te bevestigen.
De halve bloedknoop
- Steek het uiteinde van de lijn door het oog van de haak. Laat ongeveer 10 cm uitsteken.
- Wikkel het losse uiteinde vijf keer om de hoofdlijn.
- Haal het uiteinde door de lus boven het haakoog.
- Bevochtig de knoop en trek strak. Knip het uiteinde kort af.

De bledknoop
- Leg een lusje in de lijn en houd dit samen met de haak tussen duim en wijsvinger.
- Sla het uiteinde van de lijn rond de haak en hoofdlijn, van de haakbocht richting het bledje.
- Herhaal tot je zes wikkelingen hebt. Haal het uiteinde door het lusje.
- Bevochtig de knoop en trek de hoofdlijn strak. Knip het uiteinde kort af.

De lus
Zo maak je een lus aan het uiteinde van je lijn. Gebruik de lus om snel een tuigje te bevestigen of los te maken.

Zo werkt het kikkertje
- Neem een siliconenslangetje dat precies op de hengeltop past.
- Schuif het slangetje over het einde van je vistuig.
- Sla het lusje om het kikkertje en maak meerdere keren een wikkeling.
- Sla de lijn om de hengel en schuif het slangetje op de top. Klaar om te vissen.
Tegenwoordig zie je steeds meer vaste hengels met een top-connector. Open de clip, haak het lusje erin en schuif de clip dicht. Dat werkt snel en betrouwbaar.

De opgetuigde hengel
Bevestig de dobber, de hageltjes (knijpgewichtjes) en het haakje volgens de tekening. Schuif de hageltjes dicht bij elkaar. Zo raakt je tuigje minder snel in de knoop.
Stel de dobber af zodat het puntje net boven het water blijft. Het deel tussen de top van de hengel en de dobber heet de opslag. Vis je met tegenwind? Maak de opslag dan iets korter. Dat vist prettiger.

Oefen de knopen en montages thuis voordat je het water op gaat; een goed opgezet tuigje vist effectiever.
