De kracht van twee drijvertjes
De kern van deze methode is een dubbele drijvermontage. Dertig centimeter boven de haak zit een knijphagel die op de bodem rust. Daarboven plaatst Frits een langwerpige drijver die net onder het oppervlak zweeft. Die onderwaterdrijver is zijn belangrijkste sensor: elk tikje of trilling verraadt activiteit.
Een tweede, kleinere drijver , de back-up , zit veertig centimeter hoger op de lijn. “Als bladeren of vuil het zicht belemmeren, volg ik die tweede drijver. Zo vis je superscherp,” legt Frits uit. Precies dat maakt deze methode ideaal voor struinend karpervissen in stadswateren en sloten met veel hengeldruk.
Aas uit de keuken
Voor Frits geen dure boilies of lokvoer. Zijn aas komt gewoon uit de supermarkt: deeg en frikandel.Zijn favoriete deegrecept:
Kneed alles tot een stevige bal en je hebt ruim een kilo effectief aas voor nog geen drie euro. “Karper houdt van de geur en structuur, en het werkt in elk seizoen,” zegt Frits. Ook stukjes frikandel, kattenbrokjes of pinda’s doen het goed.
Voorvoeren: zaaien en oogsten
Struinend karpervissen vraagt om voorbereiding. Drie dagen voor de visdag voert Frits elke dag zo’n veertig deegballetjes op meerdere plekken. “Zo raken karpers gewend aan het aas en voelen ze zich veilig,” legt hij uit. Tijdens de vissessie loopt hij systematisch al zijn stekken af: tien minuten per plek, daarna door naar de volgende. Die mobiele aanpak levert bijna altijd resultaat op.
Waarom werkt het?
Wat deze methode zo succesvol maakt, is de eenvoud:
“Struinend karpervissen is contactvissen,” zegt Frits. “Je leert het water lezen, je ziet de vis bewegen , dat is de magie.”
