Nederland is een delta én de toegangspoort voor migrerende vissen die via de Rijn en Maas trekken tussen zee en bovenstroomse paaigebieden. Juist hier moeten soorten als zalm, paling, steur en rivierprik veilig kunnen passeren. Dat is niet alleen 'ons probleem': het is een internationale verantwoordelijkheid binnen het Rijn- en Maasstroomgebied.
Nieuwe waterkrachtcentrales zetten die vismigratie onder druk. Turbines en barrières kunnen vissen desoriënteren, verwonden of doden. Daarmee komen herstel- en herintroductieprogramma’s in de knel en worden doelen voor natuur (Natura 2000) en waterkwaliteit (Kaderrichtlijn Water, KRW) lastiger haalbaar.
Daar komt bij dat waterkracht in het vlakke Nederland maar weinig oplevert. Het aandeel waterkracht binnen het totale eindverbruik van hernieuwbare energie is heel klein. De balans is dus scheef: hoge ecologische kosten, lage klimaatwinst.

