Haaien en roggen zijn kwetsbaar, juist omdat ze 'langzaam leven'. Daarmee wordt bedoeld dat ze pas laat geslachtsrijp worden en relatief weinig jongen krijgen. Als er dan te veel dieren wegvallen, duurt herstel lang.
De zuidelijke Noordzee is ondiep en voedselrijk. Dat is ideaal leefgebied voor onder andere gevlekte gladde haaien en verschillende roggensoorten. Tegelijk is het gebied gevoelig voor bodemberoerende visserij, omdat een egale bodem weinig schuilplekken biedt. Met de opkomst van de boomkorvisserij na de Tweede Wereldoorlog liep de druk op deze soorten sterk op. Het gevolg: soorten stierven lokaal uit of kwamen nog maar sporadisch voor.
Er is ook voorzichtig goed nieuws. De visserijdruk is wat afgenomen en er wordt gewerkt aan minder schadelijke technieken. Sportvissers vangen in het zuiden regelmatig weer gladde haaitjes en af en toe ruwe haaien. Soms komen er ook meldingen van pijlstaartroggen. Of dat puur herstel is of ook komt door betere vistechniek en meer kennis bij sportvissers, willen we goed onderbouwen.
Daarom doet de Sportvisunie mee aan een Europees merkprogramma. Sportvissers vangen haaien en roggen, merken ze en zetten ze weer terug. Als zo’n dier later opnieuw wordt gevangen, leren we meer over leefgebied, migratie en populatiegrootte. Die kennis helpt ook in gesprekken met politiek en beheerders over bescherming van deze soorten. Een bekend voorbeeld is het evenement Sharkatag, waar sportvissers in een paar dagen voor onderzoek zoveel mogelijk haaien en roggen proberen te vangen om te merken en weer vrij te laten. Dankzij deze vorm van 'citizen science' wordt onder andere steeds duidelijker dat de Zeeuwse Delta niet alleen een belangrijk leefgebied vormt voor diverse haaien- en roggensoorten, maar ook een belangrijke kraamkamerfunctie heeft.

