Terug naar overzicht

Aal of Paling

Aal of Paling

Anguilla anguilla

Trekt in het voorjaar als doorzichtige glasaal van circa 6 cm lengte vanuit zee de binnenwateren in, maar een gedeelte blijft hangen in de estuaria en dicht onder de kust. Wanneer de aal paairijp wordt, krijgen de flanken en buik een zilverglans, de rug wordt donkerder en het oog wordt groter. Deze zogenaamde ‘schieraal’ keert terug naar zee om zich voort te planten (vermoedelijk) in de Sargassozee, waarna ze sterven.

Afmetingen

Lengte afgebeelde vis

35 cm

Record lengte vis

118 cm

Lengte tot circa.

130 cm

Minimummaat

28 cm

Herkenning

  1. Het lichaam is slangachtig van vorm.
  2. De bek is bovenstandig.
  3. Op het achterste deel van het lichaam is, zowel onder als boven, een lange vinzoom aanwezig die ruim achter de punt van de borstvinnen begint en uitloopt in de staartpunt. Buikvinnen ontbreken.

Watertype

Beide

Wetgeving

Verspreiding

Noordoost Atlantische Oceaan, Noordzee, Oostzee, Middellandse Zee en Zwarte Zee van IJsland en Lapland in het noorden tot West-Afrika in het zuiden. In Nederland (steeds minder!) algemeen. Trekt meestal als doorzichtige glasaal van circa 6 cm lengte vanuit zee de binnenwateren in. Volwassen exemplaren trekken terug naar zee om zich voort te planten. De glasaalintrek is tegenwoordig sterk verminderd.

Voedsel

Het voorkeursvoedsel bestaat uit wormen en kreeftachtigen, in zoet water ook uit insectenlarven. Grote exemplaren eten ook wel kleine vissen en weekdieren. Schieraal neemt geen voedsel tot zich.