Terug naar overzicht

Kesslers grondel

Kesslers grondel

Neogobius kesslerii

Leeft bij voorkeur op stenige bodems (stortsteen). Kan meerdere keren per jaar paaien. De eieren worden afgezet op de onderzijde van stenen of in schelpen en worden bewaakt door het mannetje.

Afmetingen

Record lengte vis

20 cm

Lengte tot circa.

25 cm

Herkenning

  1. Ogen dicht bij elkaar en hoog in de kop geplaatst. Grote, brede kop met gezwollen wangen en lippen en een bovenstandige bek. Nek geschubd.
  2. Buikvinnen aaneengegroeid tot een zuignap, waarmee de vis zich kan vastzetten op een harde ondergrond.
  3. Lichaam en kop roodbruin gemarmerd.
  4. De bases van beide rugvinnen raken elkaar. Rugvinnen met horizontale roodbruine banden op een lichtere ondergrond en zonder zwarte vlek.

Watertype

Zoetwater

Verspreiding

Uitheems, voor het eerst in Nederland waargenomen in 2007. Komt tegenwoordig met name in de grote rivieren algemeen voor. Zowel in zout als zoet water. Komt van oorsprong uit de Kaspische- en de Zwarte Zee en het stroomgebied van de Donau. Waarschijnlijk via het Main-Donaukanaal is Kessler’s grondel nu ook verspreid in het stroomgebied van de Rijn.

Voedsel

Ongewervelde dieren, vooral kleine kreeftachtigen.