Terug naar overzicht

Noordzeehouting

Noordzeehouting

Coregonus oxyrinchus

De houting trok in het najaar vanuit zee de Rijn op om zich in de bovenloop van beken boven grindbodems voort te planten. Het volgende najaar trokken de jonge houtingen naar de estuaria en kustwateren.

Afmetingen

Lengte afgebeelde vis

37 cm

Record lengte vis

57 cm

Lengte tot circa.

61 cm

Herkenning

  1. De van en naar zee trekkende houtingen bezitten een lange vlezige `neus' boven een kleine, onderstandige bek. De bovenkaak reikt tot voor het oog.
  2. 80-90 schubben op de zijlijn.
  3. Er is een vetvin aanwezig.

Watertype

Beide

Wetgeving

Verspreiding

De houting komt (van oorsprong) voor van Siberië, Noord-Rusland en het Oostzeegebied tot in Groot-Brittannië. In de Alpen komen geïsoleerde (zoetwater)populaties voor. De oorspronkelijke trekkende Rijnpopulatie wordt als uitgestorven beschouwd. Kwam vroeger voor langs de Nederlandse kust, de Zuiderzee en in de grote rivieren. Vanaf 1997 weer meldingen van waarschijnlijk in Denemarken en Duitsland uitgezette exemplaren uit zowel de kustwateren als de rivieren. Dit betreft echter de nauw verwante "Deense houting" (Coregonus maraena).

Voedsel

Vooral kleine kreeftachtigen.