Terug naar overzicht

Noorse meun

Noorse meun

Ciliata septentrionalis

Leeft op een diepte van 10-50 meter. Paait in het voorjaar.

Afmetingen

Lengte tot circa.

20 cm

Herkenning

  1. Twee rugvinnen, de eerste met één normale vinstraal, gevolgd door een rij zeer korte vinstralen in een groef en de tweede rugvin met 48-53 normale vinstralen.
  2. Kop langer dan 1/5 van de totale lengte.
  3. Eén draad op de kin, vier bovenop de snuit en nog drie paar korte draden op de bovenlip, die tezamen een kammetje vormen aan weerszijden van de kop.

Watertype

Zoutwater

Verspreiding

Noordoost-Atlantische Oceaan en Noordzee. Langs de Nederlandse kust zeldzaam.

Voedsel

Kreeftachtigen en wormen.