Terug naar overzicht

Noorse zandspiering

Noorse zandspiering

Ammodytes marinus

Leeft op een diepte van 10-150 meter veelal ingegraven in de zandbodem, tussen actieve periodes van voedsel zoeken door. Paait van november tot februari. De eieren worden afgezet op en in het zand. De Noorse zandspiering overwintert - behalve tijdens de paai - tot april ingegraven in het zand op een diepte van 20-100 meter.

Afmetingen

Lengte tot circa.

25 cm

Herkenning

  1. Kleine, lange, slanke, zilverkleurige vis met een spitse snuit, een bovenstandige bek en een sterk uitstulpbare bovenkaak. Verhemelte zonder tanden.
  2. Lange rugvin met 55-67 vinstralen, die in een groeve opgevouwen kan worden.
  3. Staartvinbasis niet beschubd. De schubben op de buik liggen onregelmatig gerangschikt.

Watertype

Zoutwater

Wetgeving

Verspreiding

Noord-Atlantische Oceaan, Noordzee en Oostzee. Langs de Nederlandse kust minder algemeen dan de zandspiering.

Voedsel

Vooral dierlijk plankton.