Terug naar overzicht
Spiering
Osmerus eperlanus
Van oorsprong een anadrome (in zoet water paaiende) trekvis, die echter ook zijn hele levenscyclus in zoet water kan voltooien (‘binnenspiering’). Paait van maart tot mei in zoet water op zandige of grindachtige bodems, maar in het IJsselmeer ook op verharde dijklichamen.
Afmetingen
Lengte afgebeelde vis
14 cm
Record lengte vis
28 cm
Lengte tot circa.
45 cm
Herkenning
- Bovenstandige bek met enkele vrij grote en puntige tanden.
- Er is een vetvin aanwezig.
- Op de zijlijn liggen 60-66 schubben. Spiering heeft een kenmerkende komkommergeur. De trekkende `zeespiering' wordt veel groter (gemiddeld 25 cm) dan de niet-trekkende `binnenspiering' die niet groter wordt dan circa 15 cm.
Watertype
Beide
Wetgeving
Deze vissoort is in de Visserijwet opgenomen.
Deze vissoort is opgenomen op de Rode lijst.
Verspreiding
Noordoost-Atlantische kusten, Noordzee, Oostzee en Barentszzee. Langs de Nederlandse kust en in de zeegaten algemeen. De zeespiering is in het binnenwater veel minder talrijk dan de binnenspiering, die in zoet water in de kustprovincies voorkomt (IJsselmeer, Tjeukemeer).
Voedsel
Dierlijk plankton en kleine kreeftachtigen. Grote spiering eet ook wel vis: meestal zijn dat kleinere soortgenoten.
Meer vissoorten
Alle vissoorten