Terug naar overzicht

Zandspiering

Zandspiering

Ammodytes tobianus

Kustgebonden soort, die veelal in ondiep water tot 30 meter in scholen boven de zeebodem naar voedsel zoekt. Wordt vaak bij laagwater ingegraven in drooggevallen zandbanken aangetroffen. Er zijn twee groepen zandspiering te onderscheiden met een verschillende paaitijd. Eén groep paait van april tot juni, terwijl de andere groep paait van september tot november. De eieren worden afgezet op en in het zand. De zandspiering overwintert ingegraven in het zand op een diepte van 20-100 meter.

Afmetingen

Record lengte vis

25 cm

Lengte tot circa.

20 cm

Herkenning

  1. Kleine, lange, slanke, zilverkleurige vis met een spitse snuit, een bovenstandige bek en een sterk uitstulpbare bovenkaak. Verhemelte zonder tanden.
  2. Met een lange rugvin met 50-56 vinstralen, die in een groeve opgevouwen kan worden.
  3. Lichaam geheel beschubd, inclusief de staartvinbasis. De schubben op de buik liggen regelmatig gerangschikt.

Watertype

Zoutwater

Wetgeving

Verspreiding

Noordoost-Atlantische Oceaan, Noordzee en Oostzee. Langs de Nederlandse kust algemeen.

Voedsel

Vooral dierlijk plankton.