Terug naar overzicht
Zeeduivel
Lophius piscatorius
Leeft op de bodem, gewoonlijk op een diepte van 15-1000 meter. De zeeduivel paait van april tot juni ten noorden, westen en zuiden van de Britse eilanden op een diepte van circa 400 meter. Volwassen vrouwtjes worden in de Atlantische Oceaan regelmatig dicht onder het oppervlak gevangen, mogelijk in verband met migratie. Geslachtsrijp vanaf 40 (mannetjes, 4 jaar) of 70 (vrouwtjes, 6 jaar) cm.
Afmetingen
Lengte tot circa.
200 cm
Herkenning
- De eerste rugvin bestaat uit zes lange onvertakte vinstralen, waarvan er twee vóór de ogen zijn ingeplant. De eerste rugvinstraal met aan het einde een vlezig flapje (hengel).
- Zeer grote, brede kop en bovenstandige bek met zeer veel naar achteren gebogen tanden.
- Flanken gecamoufleerd met vele vlezige uitsteeksels.
Watertype
Zoutwater
Wetgeving
Deze vissoort is in de Visserijwet opgenomen.
Verspreiding
Oost-Atlantische Oceaan vanaf de Golf van Guinea tot IJsland en Barentszzee, Middellandse Zee, Noordzee en Oostzee. Langs de Nederlandse kust zeldzaam, en hooguit jonge exemplaren.
Voedsel
Voornamelijk vis, die wordt gelokt door de “hengel” heen en weer te bewegen.
Meer vissoorten
Alle vissoorten