Terug naar overzicht

Zeeprik

Zeeprik

Petromyzon marinus

Leeft de eerste twee tot vijf jaar als larve ingegraven in de rivierbodem om vervolgens na een metamorfose tot volgroeide zeeprik naar zee te trekken. De volgroeide zeeprik leeft in brak en zout water als parasiet op o.a. kabeljauw, zalm, makreel en haaien. Trekt in het voorjaar vanuit zee de rivieren op om in februari tot juni te paaien boven stenige bodems. Het mannetje prepareert door stenen en grind te verplaatsen een nestkuil, waar de eieren in worden afgezet aan grind, kiezel of stenen. De zeeprik sterft kort na de paai.

Afmetingen

Lengte afgebeelde vis

80 cm

Lengte tot circa.

120 cm

Herkenning

  1. De zuigbek is voorzien van een raspschijf, die geheel bezet is met vele, straalsgewijs gerangschikte kleine tandjes.
  2. Er zijn aan elke zijde zeven kieuwopeningen aanwezig.
  3. Het lichaam is licht/donker gevlekt.

Watertype

Beide

Wetgeving

Verspreiding

Noord-Atlantische kusten, Noordzee en Oostzee. In Nederland niet algemeen.

Voedsel

De zeeprik hecht zich met zijn zuigbek aan de buik van zijn slachtoffer en leeft van het opgezogen bloed en weefselvocht.